
Mart van der Hiele (1964) schrijft naast gedichten ook essays, korte verhalen en kritieken.
Werk van hem verschijnt in Liter, poeziepuntgl. en diverse bloemlezingen.
Bundels: Aaibaar wild (januari 2010) en Stofomslag. Andere gedichten (in voorbereiding).
Deze website bevat auteursrechtelijk beschermd materiaal.
Contactadres: caffedimarzio@msn.com
Status quaestionis | Verklaring | Doortrek | Limosa limosa | Deltawerking | Dood | Hufterproof | Breitner | Eerste schooldag |Beleidsplan | Ius primae noctis | HAIKUKALENDER | Testimonium | Stella maris | Strandmuziek | Groots mozaïek | Reisadvies | Lof der martelaren | Kwatrijn voor Vince
Status quaestionis
Ik hang zwart-witte foto’s op het noorden.
Als ik dat doe, dan is er echte zon
gebruikt i.p.v. opgedroogde regen.
Ik ben pas in Italië geweest.
Soms moet er wat Latijn (kerks) tegenaan.
Een enkel keertje zelfs: balsamico-azijn.
Nog nooit, vond ik, van allebei een beetje.
Dan wordt het tijd om te gaan – emigreren.
Zelf denk ik aan Ivoorkust, Afrika.
Want ik ben Jantje Arends niet of Gerrit Kouwenaar,
al kan ik best een aardig versje maken.
Naar boven
Verklaring
'Draag mij als een zegel op je hart ...
sterk als de dood is de liefde'
Hooglied 8,6
Ik wil dat jij op mij. Gek van jou ben ik. God.
Ik wil in alle talen. Dat er wordt gezegd:
KIJK HIER ONS DROOMPAAR HET HART VAN DE WERELD
ONTKEN HET NIET ZIJ ZIJN WAT LIEFDE MAKEN IS
Ik wil in rood op al jouw mooiste plekken
en roder nog. Dat jij mij tatoeëert. Ik wil.
Ik wil, nu het nog kan, tussen jouw borsten dood.
Naar boven
Doortrek
Soms hangt er één met zijn hals om een zendmast.
Soms stropt er één in de motor: gehakt.
Soms wordt er één door de slagpen geschoten.
Soms raakt er één uit cadans en mist hij.
Soms gaat er één van de kou overstag.
Aankomen is er niet bij, altijd koersen ze
zuiver zuidoost. Niemand aarzelt. Er valt
nooit een stilte. Een gat in hun strakke formatie.
Mensen zijn helemaal gans maar dan gekker.
Naar boven
(Goudse Waarden)
Je moet het maar weer durven, in de media
(de aarde heeft gebeefd onder Haïti,
krijgen we nog een Elfstedentocht)
aandacht te vragen voor het alarmerende
peil van de grutto’s: zwaar in de vergrijzing.
Je ziet al waar hun hoge poten breken,
hun broze snavels futloos in het gras.
Fier waren ze wel in mijn jeugd en
buitenissig alsmaar buitelend van doen
(vertrapten eigen legsel maar wat gaf het,
dagjes later gillend op een nest vol dons).
‘Dit’, zei mijn vader, die van vogels hield
en het was juni, ‘zijn gewoon geen grutto’s meer’.
Naar boven
(Schouwen, 01-02-2010, 57 jaar na dato)
Eén oma heb ik anders niet gekend
dan met haar bloedkoralen ketting in de hand
(korset gesprongen, spiegelnaakt tegen de vlieringtrap)
de grote Temmer manend tot ontwatering.
Die gaf niet toe en dus werd ik de dupe
als zij het op haar vette heupen had:
van de weeromstuit moest ik met mijn opa mee
de boer op, waar de taaiste zeeklei lag.
Hij liet mij voor de ploegschaar uit rondspringen,
een kei in finitesimaalberekening.
Lang stond de rode vlag op vallen,
er was klokslag rond de middag,
ik mocht ruiken naar bemodderd goed,
slijkspetters zaten op mijn havenhoofd.
Vroeg in de avond was er soep met zwijgen
en oma had zich stevig aangekleed
om bij de buren koffie te gaan drinken –
hun zoon had nieuwe dijkhoogtes bedacht.
Naar boven
Dood
In geval van dood belangrijk om te weten:
wordt het een doodje, een normale of een grote dood?
Een meedood of een tegendood? Een buitendood? Een binnendood?
Voordood, tussendood of nadood? Combinatiedood?
Een hoge dood een lage dood een sterke dood een zwakke dood –
er zijn zo’n duizend doden die je sterven kunt.
Denk dus goed na aan welke dood je gaat.
Wat mij betreft, ik oefen nog wel even.
We liggen snuit aan snuit, ik en mijn nieuwste dood.
Naar boven
Hufterproof (kleine poëtica)
Toen ik nog legowolkenkrabbers bouwde
en weer vernielde. Schoenen van mijn vader
aftrapte. Kleine zusjes aan hun haar omver
trok. Buurkinderen in de blubber deed.
Toen ik nog rilde, stotterde en plaste
achter het beddengoed (een uiterst krachtig monster
had zich onder de gangkast schrapgezet). Toen ik
nog lucifers van iemand op visite jatte
en bijbelboeken aanstak in de schuur. Toen ik
mijn moeder nieuwe wanhoopsvormen leerde.
Toen was het duidelijk: er schuilt een dichter in.
Naar boven
Breitner (Brouwersgracht)
het wil bijna niet sneeuwen maar het licht
komt van twee kanten op de kade hoopt
grof vuil zich op de schilder heeft
zijn ezel bijgesteld zijn pijp gestopt van alle
soorten roest ligt hier wel wat hij wil
een vette psalm tegen de vorst beginnen
Naar boven
Eerste schooldag
Het hek gaat open. Alleen voor docenten,
recherche, schoonmaakploeg, de catering.
De hemel hangt vol vliegtuigen en meeuwen,
die vrolijk doen. Vol duiven aan de schijt.
Langzaam verzamelen zich leerlingen.
De meisjes dragen onzekere tasjes,
de jongens wippen skateboard op de trap.
Thuis ouders die met dikke kranten zwaaien,
dreigend van liefde. In de kelderbox
tierige ratten die de toekomst knagen.
De tasjes zijn van Dolce & Gabbana,
de skateboards van: (onontwarbare Tags).
Naar boven
Beleidsplan
(Ode aan Leo Vroman)
Nu we hier toch zijn en je vraagt ernaar:
van Nostradamus tot de snarentheorie
is maar een kleine stap. Je googelt zó
de hele breinpan open op het scherm.
Het valt voor als je God bent ook niet mee
om postmodern te zijn. Je kwantumfysica
is voor een leek te volgen, helemaal
tot in de gaten waar het knalde. En daar dobbel jij.
Men moet gewoon op het kritieke punt
zich van den domme houden. Willen zien dat wij
niet eenzaam zijn, dat zou een sterveling
geloven vinden. Zei uw dominee.
Naar boven
Ius primae noctis
We trokken over de provinciegrenzen,
mijn eerste kamp. Survivalen in Lochem.
We grilden spekkies, timmerden barakken.
Verkennerij, zandhazen, strafcorvee
en duidelijke bedden. In mijn rugzak had
ik zwerfkeitjes gestopt. Gedroogde riddersporen.
On bees and motions, wildlife of a kind
heette het liedje of het boek dat ik wou schrijven
want Jasper was daar ook. Hij kende plekjes
en niemand hield hem met zijn vrouwen tegen.
Dus ik, mijn keitjes en de riddersporen
achter een wei met snotterige paarden.
Al jaren kan ik weer aan spekkies denken:
mijn Jasper is ermee geconfronteerd.
Wat waren we op tijd terug voor het eten,
wat waren alle badcellen bezet!
Een zak met botten, schreef ik, een hoogslaper vol
kapot geprogrammeerde kloosternonnigheid.
Naar boven
HAIKUKALENDER
wintertuinieren:
vaas in de vensterbank en
bloemen op de ruit
∞
vol eetlust op stap,
slaapwandelende egel
in januari
∞
mijn herfstkatje spint
– februariverkouden –
languit op de stoep
∞
één voor één pluk ik
op een maartnacht de sterren –
alleen de maan nog
∞
aprilletje zoet:
twee wasknijpers hangen te
kleumen in de wind
∞
de zon viel niet op
tussen sierappelbloesems,
die ochtend in mei
∞
geluid van een zaag:
in het junihout komt de
spotvogel op gang
∞
de zomer breekt aan
met bibberende reigers
in juliwater
∞
barstjes in mijn lak
nu augustus op dreef raakt
maar het mos is weg
∞
een uilenjong dat
zijn eerste veldmuis schaduwt:
september begint
∞
schuimkoppen vormen
de grens van oktoberland
of zijn het meeuwen
∞
regenbestendig
als een vos in november
kroeg in, kroegen uit
Naar boven
Afgelopen jaar verbleef de dichter in Rome. Uit het bundeltje dat daar ontstond (Een plek van geen belang. Gedichten uit de H. Stad/Hoer van B.) zijn de volgende gedichten afkomstig:
Testimonium
Plekken van geen belang bezocht, zoals
het kribjes- en het vagevuurmuseum.
Met diep verloofde nonnen nagepraat.
Toeristenvoer gegeten en betaald.
Aan sympathieke duiven opgebiecht.
Gladiatorenoutfit aangeschaft.
Straks loop ik zo lang mee dat bedelaars
mij straal negeren. Ben ik kampioen
in de gezuiverde verwondering.
Naar boven
Stella maris
(Anzio)
Mij met een rozenkrans geïnstalleerd
(standaardpakket, incl. de vele extra’s).
Gevast, rein opgestaan. En ondanks dat
zit ik nog op de nullijn qua extases.
Ergo: de Mare 2 naar Anzio gepakt.
Vanaf dit punt gelooft niemand mij meer,
maar als ik uit de kleren in de branding ga
en grond verlies, spoelt er een zwaardvis aan,
die met zijn vin zó in mijn dijbeen snijdt.
Ik houd de wond goed schoon en ingevet.
Verorber dagelijks zeefruitsalade.
Naar boven
Strandmuziek
(Anzio)
Ik zag een meisje met een Botticellikopje
de zee in duiken en de zee dook terug. Het meisje
droeg een rood-wit-rood gestreept bikinibroekje
en amper een topje en de zee had zuiver amber,
zwart wier en een kraagje schuim aan en
de zon lag op zijn zij lui in het zand.
Hoe diep drong zij de zee in en de zee in haar:
cammin’ oscuro fin’ al cuor’ di mare.
Naar boven
Groots mozaïek
(uit Villa Farnesina, 2e eeuw n. Chr.)
Er zouden nijlpaarden op staan in prachtig water.
Roeiers met een sleepnet, waaierend papyrusriet.
Kleurige rotsen, wolken, villa’s in de verte.
Een rand van druiven, klimop, nimfen en satyrs.
Maar ik herinner mij, op een gebroken hekje,
alleen twee minnekozende halsbandparkieten.
Naar boven
Reisadvies
Als je dan toch de eeuwige toerist
moet zijn in Rome, eerste week van mei,
vergeet het kijkje niet over de heg
bij Pius boer, zijn zonen zus en zo
en zijn kleindochter Pianissima.
Kijk hoe de klaprozen daar staan
(bij duizenden), de hop steekt juist
zijn kuif omhoog en kijk die mieren
eens hun straatje onderhouden!
Natuurlijk is ook hier gepaste kleding
Vereist. No flash. En zijn ze ’s middags dicht.
Je vindt hen bovengronds de vroegste catacomben.
Naar boven
Lof der martelaren
(S. Stefano rotondo)
Hun vingers werden stuk voor stuk gebroken.
Hun ogen aan een dunne naald gestoken.
Hun longen vol met vloeibaar lood gegoten.
Hun voeten op een rooster weggebrand.
Nu wonen ze langs oevers en in weiden
van madeliefjes, blanke lelies, heiligen.
Zij kunnen ons niet zien. Wij kunnen hen niet horen.
Verknocht aan God staan zij zich te vergapen.
Wij blijven hun gezichten bestuderen
totdat ze dood zijn. Tot nog lang daarna.
Naar boven
Kwatrijn voor Vince
(VINCENTIUS IN PACE. VIXIT VI ANNOS. Inscriptie, S. Agnese fuori le mura)
Alleen een verre priester zag de engel die hem lokte.
Zijn moeder hield zijn hart vast tot het niet meer klopte
en bad dat hij ook bij de Heer bekend stond als
Het Jongetje Dat Tegen Dennenappels Schopte.
Naar boven
|